Het aantal uitnodigingen voor ‘eenmalige’ marathons stijgt evenredig aan het uitgelopen aantal. Dat is (nog) niet wetenschappelijk bewezen, maar zo voelt het wel en het wachten is dus op een student met loopambities en tijd over.
Als gevolg hiervan heb ik deze week twee eenmalige marathons op mijn programma staan (Monnickendam en Amersfoort) en mag ik verderop in het jaar meedoen aan een unieke marathon in zowel Lekkerkerk als IJsselstein.
Nu wil ‘eenmalig’ niet altijd zeggen dat er niet nog anderen volgen. In Spijkenisse zijn ze zo ondertussen doorgeschoten naar de vierde versie en de mannen van de (tot nu toe) achtdelige serie ‘One and only’- marathons in Roelofarendsveen zijn al helemaal het spoor bijster.
Maar ja…. Aan de andere kant zou het zomaar kunnen dat de organisatie er na die eerste keer wel de brui aan geeft en dan heb je een unieke kans gemist. Dus schrijf ik me gewoon maar weer in en maak er het beste van.
Gelukkig zijn de meeste marathons die als eenmalig worden bestempeld vaak wel uniek van opzet. Zelfs van de “Heintjes Davids’ uit de Veen kun je niet anders zeggen dat ze elke jaar weer een verrassend parcours uit hun hoed toveren.
Monnickendam doet dat iets anders. Zij nemen het parcours van de traditionele halve marathon en laten je dat twee keer lopen. Gelukkig houd ik wel van het sjokken langs en over het IJsselmeer en ben ik nog nooit op Marken geweest.
Bovendien snak ik naar een stuk ‘recht vooruit, neus in de wind’ sinds de hectiek van 72 maal 1 kilometer tijdens de RoPaRun het afgelopen weekend.
Jeroen haalt me op en dat betekent de gebruikelijke vertraging. In plaats van de gebruikelijke 15 minuten komt hij nu een half uur na de afgesproken tijd aankakken. Het was de schuld van het overige verkeer! Die wilden maar niet doorrijden.
Maar daarmee zijn we er nog niet, want onderweg treffen we ook nog een colonne toeterende vrachtwagens. Geen idee waar dat voor was, maar de politie zorgde ervoor dat het overige verkeer 10 minuten stil stond. Ik heb die tijd gebruikt om mijn laatste voorbereidingen te treffen. Ook eenmalig, omkleden midden tussen de filegeparkeerde auto’s.
Met nog 20 minuten te gaan (16u40) komen we aan op de atletiekbaan van av Monnickendam. Een grasbaan! Ook nog niet eerder gezien.
Nummer opgehaald en nog even gepraat met wat bekenden en dan gaan we van start. Nog geen 300 meter van de start moeten we met het hele peloton door een poortje van amper een meter breed. Dat houdt de boel aardig op.
Even verderop een poortje met een trappetje, maar daarna mogen we eindelijk de pas erin zetten. Langs een parkje en tegen de dijk op. Lang getwijfeld of ik een ondershirt zou dragen, maar eenmaal boven op de dijk blijkt dat het wel hard waait, maar niet koud.
Zoals eerder gezegd houd ik wel van het sjokken over een dijk met aan de ene kant water en de andere kant een uitgestrekt poldergebied. Mijn kennis van het Nederlandse assortiment weidevogels is beperkt (ik heb nog maar pas ontdekt dat de Polivinario en de Kroet niet echt bestaan) maar de varianten die ik hier zie kom ik niet vaak tegen in de omgeving waar ik woon.
Een reiger (die we overigens wel voldoende hebben in Aalsmeer) staat op nog geen meter of drie van het peloton geconcentreerd te vissen. Zich geheel onbewust van dat zooitje dravende zotten. Eten, dat is zijn hoogste prioriteit.
Over een oud gemaal. Het loopt lekker want dit is een van de weinige plekken met wind in de rug.
Ons groepje bestaat uit drie man en twee vrouwen. Die twee dames willen perse voor ons lopen, maar gezien hun postuur lijkt het me handiger als ze de luwte achter ons zouden benutten. Als ik deze mogelijkheid opper zegt de kleinste van de twee: “Maar dan moeten jullie harder lopen.” Oke, dan niet. Voor of achter me, ik vang de wind toch wel.
Dan de dijk op naar Marken. Tot nu toe hadden we de wind schuin van links, maar nu hebben we hem vol op kop. Om de een of andere reden gaat mij dat beter af dan de anderen in onze groep. Heel langzaam loop ik bij ze weg. Verstandig? Mijn tempo ligt veel hoger dan mijn voorgenomen, maar aan de andere kant heb ik ook iets van ‘wat ik nu pak is vast meegenomen.’ We zien wel waar het schip strandt.
Net voor Marken vind ik aansluiting bij een ander groepje. Mijn snelheid ligt iets hoger en al gauw loop ik ook hier op kop. Samen met een man die vandaag zijn eerste halve loopt.
Aan de rand van het dorp naar links. Lekker even worden we door de huizen uit de wind gehouden. Echt de bebouwde kom in gaan we echter niet. We lopen langs de buitenste rand. Dat scheelt wel wat wind, maar helemaal weg is ie nooit.
Als we de weg over moeten naar het fietspad aan de overkant komt Michael Woerden ons al weer tegemoet. Zijn voorsprong op nummer twee is al zo groot dat de eerste plek hem niet meer kan ontgaan. Michael weet dat waarschijnlijk, want hij loopt ontspannen genoeg om even gedag te zeggen. Broer Frans loopt 6 posities achter hem.
Vanaf de dijk leek Marken een stuk groter dan nu. Voordat ik goed en wel doorheb lopen we aan de andere kant alweer tussen de weilanden. Jammer, ik had gehoopt op meer beschutting. Aan de andere kant…. hebben we straks op de terugweg ook langer rugwind.
Keerpunt onder aan de dijk die naar ‘het Paard’ (de vuurtoren) leidt. Zo, en dan nu lekker profiteren van de wind. Ik zeg tegen mijn metgezel op kop dat ik een stapje terugneem omdat ik teveel voorlig op mijn schema. Hij kiest eieren voor zijn geld, sluit aan bij een ander en loopt op een kilometer bijna 100 meter van me weg.
Het gat tussen Jeroen en mij is zo’n 400 meter schat ik.
Windje mee helpt, want ik ben veel eerder weer terug in het dorp dan ik verwacht had. Een man met zonnebril, die ook deel uitmaakte van het groepje met dames van de eerste kilometers, komt naast me lopen en gezamenlijk beginnen we aan de dijk.
We worden, vlak voor de drinkpost van de 14, gepasseerd door twee dames die aan een stuk door met elkaar lopen te kletsen. Erg gezellig en het kost ze blijkbaar geen moeite, want ze lopen gestaag bij ons weg.
Net voorbij de 16e kilometer is het weer gedaan met het windvoordeel. Maar we draaien naar rechts en de bomenrij hier houdt ons voorlopig nog even in de luwte. Ik loop weer in mijn eentje.
Mo Idrissi en Running Rinus halen me in. Ben ik langzamer gaan lopen? Of zijn zij gaan versnellen?
Kijkend naar de andere lopers om me heen houd ik het op het laatste. Veel deelnemers van de halve hebben hun kruit ondertussen verschoten en ik haal er aardig wat in. Dat is een mooie meevaller.
Frans Woerden komt me tegemoet als ik iets meer dan anderhalf uur onderweg ben.
Hij is de eerste marathonloper.
Nog even dat stukje bij het gemaal waar we net zo’n lekker stukje wind mee hadden (en nu dus tegen) en dan de dijk af richting de atletiekbaan.
Mijn metgezel (met zonnebril) komt weer langszij en rekent uit dat hij nog onder de 1 uur 50 zal finishen. Ik heb mijn twijfels, maar erg veel zal het ook niet schelen.
Trappetje af, smalle poortje door en naar de finish. De deelnemers van de hele moeten net voorbij de streep om een pylon en dan aan het tweede rondje beginnen.
Running Rinus heeft een gaatje geslagen met Mo. Ik kom Jeroen weer tegen als ik door het smalle poortje ga.
Vlak voor de 25e kilometer krijg ik gezelschap van een man uit Winterswijk. Dat is vier uurtjes autorijden voor een loop van dezelfde duur! Maar hij is in voorbereiding op grootse dingen, want hij doet zijn 3e marathon in 6 weken vertelt hij.
Welke grootste dingen zal ik niet meer achterkomen, omdat ik bij de drinkpost achtereenvolgens een plasje maak, een Squeezy eet en op mijn gemak wat drink, terwijl hij doorloopt.
De dijk weer op. Eigenlijk gaat het best lekker. Ik dwing mezelf om niet op mijn horloge te kijken, maar ik heb het gevoel dat ik nog steeds onder mijn voorgenomen tempo zit.
Halverwege kom ik Frans weer tegen. Ik vraag hem of hij op schema zit en hij bevestigt dit. Op naar zijn 150e onder de drie uur. Ongelooflijk!
Dorp in, weer uit, keerpunt (Squeezy) en windje mee. Het aftellen is begonnen. Jeroen zit nog steeds een 400 meter achter me, maar geeft aan dat hij het moeilijk heeft. Mij roept hij na dat ik goed bezig ben. Goed om te horen.
Ik geef de dames hun positie in het lopersveld door, maar realiseer me dan dat er ook estafettelopers tussen lopen en mijn informatie dus niet accuraat is. Uiteindelijk blijkt zelfs dat er maar 1 dame meedoet op de hele en die loopt een flink eindje voor me uit.
Als ik voor de laatste keer langs Marken loop komt Gijs Honing met tegemoet. Hij is de laatste loper in het deelnemersveld.
De drinkposten stonden in het eerste rondje op wat ongebruikelijke plekken; vier kilometer, veertien kilometer, maar dat compenseert zich nu. Bij de 35e neem ik een bekertje, maar sla de spons af. Het is niet koud, maar om mezelf nu nat te sponzen is ook weer overdreven.
Een man die ik vlak na het keerpunt inhaalde zal er anders over denken. Hij gebruikt de sponzen om de kramp in zijn rechterkuit te verminderen.
Dijk weer af. Even luwte en dan weer werken in de volle wind (zij het van schuin opzij.) Maar ik ruik de stal en mijn tijd bij de laatste drinkpost (toch even gekeken) gaf moed. Zelfs het stukje tegenwind bij het gemaal voelt minder zwaar dan daarnet.
Bij het smalle poortje gaat het bijna mis omdat de twee fietsers van de overkant (net als ik overigens) denken voorrang te hebben. Maar het loopt goed af.
Op de finishlijn word ik ontvangen door een enthousiast applaudisserend publiek en een meisje van een jaar of vier met een medaille. Op een meter of 200 achter me finisht een estafetteteam en daarna Jeroen.
Die ploft neer in het gras en blijft een aantal minuten languit liggen. Iemand heeft hem vertelt dat dit helpt tegen misselijkheid. Maar het baat niet. Onderweg naar huis moet hij de auto langs de kant zetten om over te geven.
Iets over elven (‘s avonds) sta ik weer in mijn huiskamer.
Een leuke marathon, goede organisatie. Speciaal vanwege het late tijdstip en het parcours. Mooie tijd neergezet, zeker als je bedenkt dat ik vijf dagen eerder nog met de RoPaRun bezig was. Eenmalig, maar als ze daarop terugkomen zal ik er niet om treuren.