SPARK marathon, Spijkenisse

 

De dag ervoor twee feestjes. Bij die laatste hebben we gegourmet. Gezellig, maar ik heb dan altijd de neiging meer te eten dan ik zou moeten. Ik sta dan ook op met een ‘dikke pens’.

 

Als ik naar de auto loop blijkt het ook nog eens tegen het vriespunt aan te zitten. Al met al omstandigheden die ik liever niet meemaak op de vroege morgen en vlak voor een marathon, maar het moet maar.

 

Gelukkig kom ik erg vroeg aan in Spijkenisse en kan ik op de dichtstbijzijnde parkeerplaats mijn auto kwijt. Dat scheelt na afloop een flinke wandeling in de kou.

 

Björn Paree staat aan de bar met zijn weblogmaatjes. Om de een of andere reden zijn er altijd heel wat van die club hier aan de start. En zoals altijd zijn ze druk met (tussen-) tijden, schema’s en fototoestellen. Ik kies ervoor om lekker in mijn eentje te zitten.

 

Een man zegt dat hij in Rotterdam zijn 100e wil lopen. Nou, dan kunnen we elkaar de hand schudden. Maar hij bedoelt ooit, want vandaag is ‘pas’ zijn 52e, dus het zal niet in 2010 gebeuren, denk ik.

 

Om iets voor elven loop ik naar de start. Die is op een andere plek dan de voorgaande keren. Dit jaar zullen er meer aanpassingen van het parcours zijn. Ik ben benieuwd. De omgeving waarin we lopen is, voor mij, een van de redenen om elk jaar hierheen te komen. Eens kijken wat ze er nu van gemaakt hebben. Om te beginnen doen we nu maar een half rondje baan in plaats van anderhalf.

 

Een minpuntje is de nieuwe chip die we hier moeten gebruiken. Een plaatje van 6x4 cm dat op de schoen geplaatst dient te worden. Omdat ik mijn Champion chip al op mijn rechter heb ga ik tegen de uitdrukkelijk instructies in en plaats hem op mijn linkerschoen. Want voor dit formaat chips heb ik aan de andere kant geen ruimte

 

Dat is niet zo’n probleem, ik denk dat hij op mijn rechterschoen ook wel functioneert. Maar er liggen (buiten de finish om) nergens matten onderweg. Zelfs bij de start wordt 1 uniforme starttijd gehanteerd. Dit kost mij maar 8 seconden, maar bij het verlaten van de baan zie ik nog steeds mensen die niet gestart zijn. Waarom in hemelsnaam zo’n chip op je schoen als je toch niet van plan bent nauwkeurig te registreren.

 

Ik begin voortvarend. De eerste kilometer tussen de sportvelden door en over het parkeerterrein gaat (voor tijdens een marathon) veel te snel. Maar na het succes van Leens laat ik me niet zo snel temperen.

 

Dijk op en de wind in. Zo in de groep valt dat nog wel mee, maar later op de dag zal ik mijn mening over het weer nog een paar maal bijstellen. Mo Idrissi komt voorbij in een korte broek. Maffe Marokkaan of 100% ingeburgerd?

 

Tweede stukje parcours dat veranderd is. We gaan niet meer van de dijk af door het parkje, maar blijven op de brede weg. Mij hoor je niet lagen.

Vijf kilometer in een mooie tijd. Ik beloof mezelf niet meer op mijn horloge te kijken voordat ik op zijn minst bij de tien ben. Al dat gereken is nergens goed voor.

 

Bij de acht (tunneltje onder de N218 door) heb ik eindelijk Louis Hufkens te pakken. Die start altijd op de eerste rij en een tempootje of drie hoger dan hij finisht. Maar ondanks mijn redelijke tijden heb ik hem vandaag later ingehaald dan normaal.

 

Inmiddels zijn we van de dijk af en lopen we van bosje naar bosje. Lekker beschut tegen de wind. Een kilometer verderop buigen de lopers van de halve marathon naar rechts. We zullen ze straks nog een eindje blijven zien aan de overkant van het water, maar op deze oever loop ik voorlopig in mijn eentje, wat best even wennen is.

 

Bij de 9e kilometer draaien we de beschutting uit een dijk op. Van tevoren had ik berekend dat we hier de wind vol van voren zouden hebben, maar dat valt mee. Om in militaire termen te praten; hij komt van tien uur. Dat valt mooi mee, want het zal een graadje of 4 zijn en daar zijn we nog niet aan gewend dit seizoen.

 

Om een elektriciteitscentrale heen (was die er vorig jaar ook al?) en dan toch een stukje pal tegen de wind in. Gelukkig niet al te ver en gevolg door een stukje wind in de rug. Bij het bordje van de 13 staat een vrouw langs de kant die de man voor me zoent. “Doe je dat bij alle passanten”, vraag ik. Ze spreidt haar armen uitnodigend, maar ik ben dan al voorbij. Haar vriendje heb ik een paar honderd meter verderop te pakken. Vlak na de start liep hij nog een heel eind achterstevoren (alsof hij iemand zocht), maar misschien heeft hij daarmee zijn kruit verschoten want hij strompelt nu bijna. Ook zonde, ben blij dat ik niet in zijn schoenen sta/loop, want 29 kilometer is best ver als je er zo door zit.

 

Vijftien kilometer in, we lopen weer tegen de bebouwde kom van Spijkenisse aan. Qua tijd heb ik niets te klagen, maar als we een kilometer verderop naar rechts buigen en de wind in de rug hebben wordt het alleen nog maar mooier. Waar ik wel een beetje last van heb is kou op mijn rug. Ik zweet nogal en mijn rug wordt drijfnat als we tegen de wind in lopen, maar koelt vreselijk af al hij van achteren komt. En dat maakt het ademhalen een beetje moeilijker.

 

Een groepje dat ik bij iedere bocht dichterbij zag komen passeert me hier. Maar niet meer zo compact als daarnet. Het lijkt wel of de mannen voorop willen profiteren van de wind en hun tempo opvoeren waardoor de ‘mindere’ lopers er stuk voor stuk af dwarrelen.

 

Af en toe steken we de weg over, maar in feite lopen we een kilometer lang langs dezelfde weg. Ik begin een beetje honger te krijgen. Mmmh….. Toch hetzelfde gegeten als ik normaal doe. Zou je door de kou meer energie verbranden dan gewoonlijk? Ik besluit geen tussentijd op te nemen bij de 20 kilometer, maar pas halverwege. Mijn knorrende maag is genoeg om me kopzorgen over te maken. Bovendien weet ik mijn 20 kilometer tijd van Leens niet en wel die van de halve.

 

Bocht om, naar links en een natuurgebied in (de Stompaardse plas langs.) Doet me een beetje denken aan de Kromme Mijdrecht. Water, riet, knotwilgen. Net als thuis.

 

Mijn tijd op de halve is niet slecht maar minder dan ik had gehoopt. Ik ben iets aan het inleveren, terwijl de wind in de rug stond. Maar je kunt niet elke dag een PR lopen en met dit tempo komt een (meer dan) respectabele eindtijd.

 

Net voorbij kilometer 24 steken we, over een hevig sputterend gemaal, naar de overkant van het water. Ik hoor iemand roepen. Het is Wim Verhage, van wie ik eigenlijk verwachtte dat hij al vanaf de start voor me uit liep. Eens kijken of ik hem tot aan de 25e voor kan blijven.

 

Bij de drinkpost eet ik wat. Bij de vorige post durfde ik nog niet goed, maar nu is mijn maag wat rustiger. Net voordat Wim bij de post is ren ik verder. Het bos in.

 

Kilometer 25. Wim heeft me nog niet ingehaald. Niet dat ik hem dat niet gun, maar je moet onderweg je af en toe wat doelen stellen om de motivatie hoog te houden.

 

De dijk op, uit de beschutting van het bos. Ik hoor twee mannen achter me praten, maar Wim zit er niet bij. Pas bij Simonshaven (net voor de 27e) komt hij langszij. Gezamenlijk lopen we door de bebouwde kom, maar als we tegenwind in langs de Garsdijk naar Hekelingen lopen moet ik hem laten gaan.

 

We hebben de wind vol op kop, die is koud, en we zitten op het beruchte stuk tijdens de marathon waar je je beseft dat je nog maar net over de helft bent en nog een heel eind te gaan. Gelukkig is het parcours hier veranderd. Voorgaande edities sloegen we linksaf en moest er nog een eindje gesjokt over een vervelend (fiets-) paadje.

Dat blijk dit jaar niet te hoeven. We steken recht de weg over en lopen Hekelingen binnen. Mooi, want dat betekent beschutting tegen de wind.

 

Voor me gaat een man wandelen. Ik zal hem op de komende 4 kilometer nog meerdere keren inhalen omdat hij sneller is dan mij, maar af en toe wandelt. Even verderop staat iemand anders zijn hamstring te stretchen en…. Hela is dat Wim weer. Die loopt nog maar een 150 meter voor me uit? Ga ik nu sneller? Of is hij aan het inkakken?

 

Jammer is wel dat we aan het eind van deze weg niet links (door een mooi gebied) gaan, maar rechtsaf en dan Hekelingen weer uit. Weer die klotewind. Zo ondertussen begin ik die wel een beetje zat te worden. En omdat we anders lopen dan de voorgaande keren kan ik ook niet schatten hoe lang dit nog gaat duren.

 

Eerst passeert, luidruftend, de man die zojuist stilstond. “Ja, sorry, dat komt door de kou”, beweert hij. En dan een stelletje in identieke kleding. Zij is zo vriendelijk me een deel van haar banaan aan te bieden.

 

Bij kilometer 32 lopen we weer, uit de wind, langs de bebouwde kom van Spijkenisse. Ik haal voor de laatste keer mijn ruftende collega in. Nu had ik verwacht dat we hier rechtsaf zouden gaan, maar lopen we in tegenovergestelde richting over een stukje parcours van vorig jaar.

 

Bij de drankpost net voorbij de 34e ga ik even stil staan om wat te eten. De verzorging is goed, maar de thee is wel heel erg heet en de andere drankjes heel erg koud.

Om mijn Squeezy weg te spoelen meng ik een beker sportdrank met thee. Het resultaat is drinkbaar.

 

We lopen boven op een hoge dijk, wind van schuin opzij, met een verraderlijke brug halverwege. Een drietal man passeert me. Bij kilometer 36 sluiten we gelukkig weer aan op het ‘oude’ parcours en kan ik me wat beter oriënteren. Plaspauze.

 

Langs de Maas is de wind weer voelbaar, maar gelukkig draaien we na een kilometertje of zo de bebouwde kom in. Zo, nog even die laatste vijf en het zit er weer op voor vandaag. Gertie Theunisse komt voorbij. Ik zag haar bij de start voor me uit schieten, maar kan me niet herinneren dat ik haar heb ingehaald. Als ik dit tegen haar zeg is het antwoord; “Mvvrehbllwww”. Ik neem aan dat ze er een beetje doorheen zit, maar dat betekent niet dat ik haar kan bijhouden.

 

Wat volgt is (weer) een verandering in het parcours waar ik niet onverdeeld gelukkig mee ben. We klimmen een meter of 15 omhoog, maar over 250 meter bouwafval en natte klei. Het groepje dat me net voorbijkwam gaat acuut wandelen. Ik verdom het. Bovenop staat het bordje 38 en ik laat me in die laatste 4 kilometers niet op mijn kop zitten door een stom heuveltje. Maar ik moet bekennen dat ik erg veel moeite heb met deze klim.

 

Langs de Maas begint een stukje asfalt, maar dat duurt niet lang. Ook in de afdaling is het glibberen en zwikken geblazen. Een enthousiaste vrijwilliger roept naar elke passant dat het nog maar 2 kilometer is, niemand corrigeert hem. Te druk bezig met opletten waar ze hun voeten zetten. Ik maak een mentale aantekening. Als het ooit tot een blootsvoets marathon gaat komen, dan eerst het parcours nalopen op dit soort ongein.

 

Bij kilometer 39 sluiten we weer aan op de bekende route. Klinkers en een ongelijk trottoirs, maar na dat stuk van daarnet hoor je mij niet klagen.

 

Klimmetje naar de Maasbrug, dan eronderdoor en aan de andere kant naar beneden.

Omhoog haal ik een man in, en omlaag zie ik er nog eentje lopen die ik kan hebben.

Zoals gezegd, onderweg moet je af en toe doelen stellen.

 

Het lukt. Op de baan word ik op mijn beurt voorbijgelopen, maar haal er zelf ook net eentje in voor de streep. Eindtijd is mooi. Medaille aangepakt en even met Wim gepraat. In tegenstelling tot wat ik verwachtte is hij ‘maar’ 8 minuten voor me geëindigd. Björn komt even mijn loop evalueren, maar ik heb er geen zin in. Wel in warme kleren en een Leffe. Ik hoop maar dat ze dit jaar nog steeds verkopen.

 

Iets voor vieren laad ik de fietsen van Els Annegarn en Paul Wiering achter in de auto. Die zijn met de trein en de fiets gekomen, maar omdat het treinverkeer veel vertragingen heeft heb ik aangeboden om ze mee te nemen naar Amsterdam.

 

Het was koud (gem. 4,7 graden Celsius) maar weer de moeite waard.

 

PS: Peter Suijkerbuijk en Karel Leeuwangh liepen hun 100e marathon. Nog vier maandjes en dan heb ik mijn feestje.