09-08-2009     Monschau marathon, Monschau

 

Alweer 6 jaar geleden dat we daar liepen. Wat gaat de tijd snel. Het was toen warm (heel erg warm) en de start was vroeg (heel erg vroeg.) Jeroen had bezwaren tegen een overnachting en ging liever ‘s nachts rijden. Fraai is dat hij na afloop (ik ben koud over de finish) roept dat hij liever had gekampeerd.

 

Dit jaar anders. Als Jeroen nog aan het wandelen in Nijmegen (zijn twaalfde keer) hak ik de knoop door en boek een hotelletje in Monschau-Mutzenich, wat volgens afstandmeten.nl nog geen 6 kilometer van de start is (Monschau-Konzen.)

 

De reis naar Monschau vliegt om. We kletsen aan een stuk door en rijden maar eenmaal om. De hotelkamer is luxe, met een eigen keuken, (gelukkig) twee bedden en een redelijke douche.

 

Startnummers opgehaald im Konzen. Jeroen’s Duits is toch niet wat ik verwachtte, want hij heeft zich ingeschreven zonder medaille en T-shirt. Mooi shirt overigens.  Even geprobeerd de laatste kilometers van het parcours te verkennen, maar we zijn niet zeker of we het goede pad vinden.

 

Rondgehangen, kledingrekken doorgezocht op koopjes en terug naar het hotel, war we wat eten in het restaurant. De volgende dag gaat de wekker om 06:00. Het is miezerig buiten. Gelukkig zijn we goed voorbereid. De wat dikkere kleding dus maar aangetrokken.

 

We parkeren op een grasveld naast de startstreep. De omroeper kondigt aan dat er meer dan 1000 deelnemers zijn. Het startschot is exact om 08:00 uur (de Deutsche Grundlichkeit is duidelijk te merken vandaag.)

 

Om de kerk heen en dan al gauw een smal paadje op. Doorrennen is hier niet mogelijk vanwege de hoeveelheid deelnemers en de toch wat gladde ondergrond. Bovendien gaat het nogal steil naar beneden.

 

Een geweldige omgeving. Mooie, afwisselende uitzichten. Hans Buis komt ons in het eerste het beste dorpje voorbijgerend. “He, giganten.” Hij gaat een beetje te hard voor ons.

 

Ik hoor achter me een man en een vrouw praten over een marathon waar het ‘de laatste twee kilometer goot van de lucht’ en ‘de Omloop’. Dat moeten die NSL-lopers zijn die ik ingeschreven zag op het internet.

 

Mijn vermoeden is juist. Gevieren lopen we een aantal kilometers op. Het blijkt dat de man (DurkJan de Bruin) 2 minuten achter me finishde in Diever vorige maand.

 

Na de Marklin-achtige dorpjes lopen we langs een waterzuiveringscentrale. Nog even en de ellende begint, weet ik me nog te herinneren. Kilometer zeven, drankpost en een smalle brug. Ik wil blijven rennen, maar twee deelnemers voor me blokkeren de (snelle) doorgang.

 

Aan het eind van de brug is 1 van de steilste stukken van vandaag (12,8%), inclusief regenwater en losse stenen. Ik probeer te blijven rennen, maar op een gegeven moment wordt ik voorbijgelopen door wandelende mensen en besluit ik dat ik teveel energie verspil en wandel ook omhoog. Els blijft rennen en ik zie haar vandaag niet meer terug tot aan de finish.

 

Een vrouw in het zwart dringt zich langs me. Die rent wel omhoog, maar bovenop de berg gaat ze stilstaan en wandelt verder. En dat is niet handig, omdat we met een hele club over een smal modderpaadje moeten.

 

De volgende kilometers gaat het ook op en neer, maar gelukkig niet zo steil en niet over al te grote afstanden. Maar het remt wel af.

 

En dan weer een flinke klim. Weliswaar half zo steil als daarnet, maar wel lang (2,7 kilometer.) Net voordat we het hoogste punt bereikt hebben komen Jeroen en Durk-Jan langszij. Die laatste probeert een Duitse loopster Nederlandse les te geven, maar hij slaagt er niet in. Jeroen zegt dat hij al teveel moet geven om zijn huidige snelheid aan te houden, maar neemt geen stapje terug.

 

Ik heb een leeg gevoel in mijn maag. Even oppassen nu. Voorkomen dat ik hongerklop krijg. Bij de drankpost boven op de berg neem ik een Squeezy met (koude) thee.

 

De afdaling die volgt is een verademing. Het gat, dat gegroeid was na de drankpost, tussen Jeroen (en een stukje daarachter DurkJan) en mij wordt steeds kleiner. Jeroen loopt voorzichtiger bergaf dan ik om zijn dwarsliggende kuit een beetje te ontzien. Een plaspauze voorkomt echter dat ik de laatste 20 meter dicht loop.

 

Vijftien kilometer. We verlaten het bos en lopen tussen de weilanden door. De vorige keer hier was het bloedheet, maar nu is het best aangenaam. Beetje wind zelfs.

Maar ik meende me ook te herinneren dat het hier vrij valk was, en dat valt tegen. Misschien dat de gemiddelde Duitser dit vlak vindt, voor een polderboy als ik het vrij heuvelachtig.

 

Twintig kilometer. We rennen langs een drukke weg. Jeroen zit 43 seconden voor me op het punt waar we de weg oversteken. Een drankpost/wisselplek voor de estafettegroepen. Er staat nogal wat publiek. Gezellig.

 

In de volgende bocht is het verschil met Jeroen nog maar 32 seconden. Maar dat verandert in de klim naar de 23e kilometer. Die is zo steil dat ik een stuk moet wandelen, maar hij blijft draven. Bovenop is het verschil meer dan 1 minuut 40 geworden. Enfin; “What goes up, must come down” en bergaf ga ik sneller dan hij.

 

En dan nog. Met nog bijna de helft voor de boeg kan ik me beter met andere zaken bezighouden.

 

We naderen een aantal dorpen. Lekker, weer eens wat solide asfalt onder de voeten.

Ik heb van tevoren zitten denken om mijn nieuwe schoenen aan te trekken vandaag, maar zag daarvan af omdat ze zo vies zouden worden. Maar op die glibberpaden van daarnet breekt het gebrek aan (voldoende) profiel me toch wel een beetje op af en toe. Mooier nog, we zijn zojuist het hoogste punt gepasseerd (596 meter) en we gaan voorlopig lekker naar beneden

 

DurkJan loopt op een overzichtelijk afstand voor me, maar daalt de hele dag al zo hard dat ik hem maar niet probeer in te halen. Vlak voor hem lopen een vijftal witte shirtjes waarvan eentje Jeroen moet zijn, maar ik kan hem niet goed onderscheiden.

 

Bocht om, van de grote weg vandaan. Een drankpost van de organisatie en een paar honderd meter verderop eentje van een drietal meisjes (leeftijden 12 t/m 16?) Ik ga even stil staan om wat energie aan te vullen.

 

Als ik weer ren word ik gepasseerd door een man en een vrouw die de nog te nemen hindernissen doornemen. “Sttt”, zeg ik, “Ik wil het niet weten!”

 

Krijg nou vlekken, is dat Kooijman? We lopen een parkeerplaats op en aan de andere kant zie ik iemand lopen met dezelfde stijl als Jeroen. Handen naar buiten wijzend op heuphoogte. In al mijn jaren lopen ben ik nog nooit iemand (anders) tegen gekomen die ook zo loopt. Maar helemaal zeker weten doe ik het niet omdat hij maar een paar seconden zichtbaar is voordat hij de bocht om gaat.

 

Naaldbomen en een klein beetje klimmen. Vlak voor het bordje van de 32 krijg ik kramp in mijn darmen en duik tussen de bomen. Ik weet niet of dat nu het verschil maakte of het feit dat het hier vrij valk is, maar de moraal wordt gestaag beter. Alleen die beklimming nog rond de 36e en dan kan ik gaan aftellen.

 

Maar ik heb me vergist. Die beklimming begint niet bij de 36e, maar twee kilometer eerder. Uit bos uit, een brug over (er staat hier een dame die in het Nederlands bananen en sinaasappels aan me probeert te slijten) en dan begint de ellende.

 

Godsamme. 70 meter omhoog in krap meer dan een kilometer. Dat klinkt niet steil, maar is het wel. Zeker na 34 kilometer.

 

Ik probeer zo lang mogelijk te blijven rennen, maar dat gaat niet. Maar ik ben niet de enige. Niemand rent hier nog. Langs de kant hangen gele en blauwe A4-tjes met teksten als “Du ziehst es, Alain” en dergelijke. Ik probeer van A4 tot A4 te leven.

 

Bergop liep ik met een vrij grote groep mensen om met heen. Bij de drankpost vlak voor de 36e kilometer gaan ze echter allemaal stilstaan. Ik besluit door te rennen omdat ik heb gezien dat het vanaf hier naar beneden gaat.

 

Met een flinke vaart draaf ik de berg af. Wat raar! Daarnet slingerde de weg omhoog en kon je vaak niet verder vooruit kijken dan een meter of 100. Maar er moeten toch meer lopers in mijn buurt lopen dan ik er nu zie (namelijk nul.)

 

Als ik wat meer overzicht krijg begin ik te twijfelen. Ik zal toch niet verkeerd gelopen zijn? Maar ja, bergaf, een flinke vaart. Misschien gaat de rest net zo hard als ik.

 

Nou niet dus. Onderaan de berg stopt een auto midden op de weg en er stapt een man uit. “Weist du, das du falsch gelaufen bist?” Kutterdekut. Hij legt uit waar dat gebeurd moet zijn. Bij de drankpost had ik naar rechts gemoeten en ik ben rechtdoor gegaan.

 

Terug de heuvel op. Net voor de drankpost komt een auto van de organisatie me tegemoet. Ook die informeren waarom ik hier loop. De chauffeuse baal. Ze voelt zich verantwoordelijk namens de organisatie. Ik stel haar gerust door te zeggen dat het mijn eigen fout is en dat ik niet meer dan 2 kilometer verkeerd gelopen ben. Klinkt minder erg dan het is, als je het zo zegt.

 

Die twee kilometer blijkt 1400 meter te zijn, maar de moraal is gebroken. Het gaat lichtelijk naar beneden en ik loop makkelijker dan daarnet bergop, maar heb het wel gezien vandaag. Ben wel vaker verkeerd gestuurd of gelopen, maar nog nooit tijdens een marathon en ik liep toch al niet lekker vandaag.

 

In Mutzenich lopen we door een tent die als drankpost fungeert. De weg is volgekalkt met aanmoedigingen aan de lokale loopheld en boven de weg hangen een twintigtal shirtjes van de “Mutzenicher Lauftreff”. De Eupenerweg over (daar zit ons hotel aan.) Ik bedank de verkeersregelars aldaar in mijn beste Duits “Vielen dank, ohne euch kein marathon.” Ze waarderen het.

 

Negenendertig. Komt dat nu omdat we niet meer bergop gaan of heb ik mijn ritme ineens weer gevonden. Ik loop best lekker. Gelukkig, om de (net weer bijeengesprokkelde) moraal weer de kop in te drukken, roept een toeschouwer; “Nur noch eine berg.” Flikker toch op met je bergen!

 

Veertig kilometer. Hoera, naar beneden. Ik betrap me erop dat ik tegen het publiek zeg; “Biss nachstes jahr.” Ik moet het nog zien. Voorlopig heb ik niet zoveel lol hier.

 

Kiezel, stenen, stof. Pas na de laatste klim wordt het beter. Ik wordt genoemd als ik de streep passeer.

 

Jeroen opgezocht en gedoucht. Ter compensatie (lees het verslag van 6 jaar geleden) heb ik nu een gloeiend hete en Jeroen een koelere. Terug naar huis luisteren we voetbalverslagen op radio 1. Om half zeven dropt hij me voor de deur. Leuk weekendje. Gelachen en mooie loop, maar ik ben niet helemaal tevreden.