18-07-2009                Midzomeravondmarathon, Diever

 

Alweer 87 marathons op mijn palmares, maar nog nooit eentje in de avonduren. Wim, Peter en Toon gaan ook, dus die pikken me op bij de watertoren in Aalsmeer.

 

Onderweg naar het Drentse land zijn de vooruitzichten niet echt geweldig. Het giet van de lucht en als het eventjes niet regent, is het op zijn minst bewolkt. We houden de moed erin door elkaar te wijzen op de (zeldzame) heldere stukken die verderop te zien zijn, maar bereiken doen we ze nooit.

 

Inschrijven in het Dingspielhuus en nog even vlug een kop koffie. Daarna naar de andere kant van het dorp (paar honderd meter) voor de start. Het weer lijkt een beetje op te klaren.

 

Het parcours bestaat uit rondjes van 9,9 kilometer plus (voor de marathon) 2 rondjes door het dorp. Omdat de overige afstanden op het programma allemaal afgerond moeten worden op hele kilometers zijn er dus 4 verschillende startstrepen. Drie (met tussenruimten van steeds 100 meter) met het gezicht naar de grote ronde en die van de marathon in tegenovergesteld richting. Ingewikkeld? Niet echt, maar het duurt wel even voordat iedereen door heeft hoe de vork ik de steel zit.

 

De rondjes door het dorp ken ik van de DFW-marathon in het voorjaar. Veel klinkers en bochten, niet echt mijn ding. Ik loop op met Wim in een tempo dat eigenlijk veel te hoog is voor mij, dus spreek ik met mezelf af dat ik tot aan de 5 bekijk hoe het gaat en dan pas een plannetje voor de rest van de dag ga bedenken.

 

Vanwege de vooruitzichten heb ik mijn loopjack aangehouden, maar dat blijkt toch te warm. Als we de rondjes dorp erop hebben zitten en aan de eerste grote beginnen trek ik hem uit en vraag of ik hem kan ophangen in de drankpost daar. “Natuurlijik, man, als je hem maar voor 22:00 uur vanavond komt ophalen.” Oke, dat is dan afgesproken.

 

Peter en Toon komen voorbij. Die laatste is een gesprekje begonnen met een dame die nog niet half zijn leeftijd is. Wim probeert hem op de kast te krijgen door hem achterna te roepen; “Toon, hoe is het met je kleinkinderen?” Het antwoord bestaat uit twee opgestoken middelvingers.

 

Een bocht naar links en dan langs het theater waar de bekende Shakespeare opvoeringen worden gehouden. Dat doen ze hier al meer dan 60 jaar met uitsluitend lokale toneelspelers en ik ben er al een aantal jaren ‘vaste’ toeschouwer. Recht tegenover de ingang is het hotel waar we nog wel eens verbleven. Even een mentale aantekening maken dat ik nog moet boeken dit jaar.

 

Haakse bocht naar rechts en dan eindelijk het bos in. Mooi breed pad met betonplaten. Ik houd er wel van om over een dergelijk parcours te sjokken. Zelfs de autoweg verderop is niet storend, want er rijdt amper een auto.

 

Rond de 5e kilometer komen we een drietal lopers tegen die pontificaal naast elkaar blijven lopen. Tot overmaat van ramp worden ze begeleid door een fietser die nogal zenuwachtig fietsgedrag vertoont. Ik word het al gauw zat er schiet voorbij dit clubje, maar Wim heeft minder geluk en blijft er achter hangen.

 

Wat nu, draaf ik door naar Toon en Peter die een vijftig meter voor me lopen of wacht ik op Wim? Maar ik heb weinig kans dat ik een van hen drieën tot aan de finish bij kan houden en besluit dus dat ik het lekker in mijn eentje ga doen. Voor de rest van de dag zal ik alleen lopen.

 

Een drinkpost en dan echt het bos in. Een modderpaadje van een meter breed en overhangende takken. Het is glad en ik heb maar weinig grip onder mijn voeten. Wim, die de inmiddels uiteengevallen groep is gepasseerd en mij hier passeert, verzekerd me dat dit bij het volgende rondje minder zal zijn. “Vorig jaar was het in het eerste rondje erger en toen was het bij de tweede doorkomst ook weg.” Mooi, daar hopen we dan maar op.

 

Even verderop zie ik Annie van Rossum lopen. Die is gestart op de tien en heeft dus niet die twee lusjes van 1300 meter door het dorp gedaan. Ze is de laatste in het veld van de overige afstanden. Maar ze is niet de enige van de tien die ik inhaal.

 

Rond de 8,5 kilometer worden de paden breder en harder. Mooi, want ik was het glijden en glibberen een beetje zat aan het worden. Omdat het parcours nogal slingert tussen de bomen ben ik het zicht op de overige lopers een beetje kwijt. Maar dat geeft niet, er is genoeg natuurschoon om te bewonderen.

 

Linksaf, om een slagboom heen. We zijn al bij de camping, wat betekent dat we alweer dicht bij Diever zijn. Ik ken dit stukje van mijn andere loopavonturen in deze omgeving.

 

Tot nu toe hebben we eigenlijk continu vals plat gehad (gelukkig omhoog en omlaag), maar op dit stukje zijn een aantal steilere stukken te vinden. Op eentje ervan staat een bak met sponzen. Net als ik me afvraag wat die midden in het bos doen, zie ik aan de andere kant van de heuvel een drankpost.

 

Die drankposten zijn voorzien van lauwe thee, water, sportdrank, (echte) cola, ontbijtkoek en banaan. In Diever weten ze wat een loper nodig heeft. De maarteditie had zelfs stukken chocolade en stroopwafels.

 

Naar rechts en dan zijn we alweer bij de tiende kilometer De tweede vijf iets langzamer dan de eerste, maar dat is zo gepland.

 

Schelpenpad langs waar ik een jongen inhaal die ik wel vaker tegenkom tijdens marathons in het oosten. Tijd om te praten heb ik niet, want ik moet ineens vreselijk nodig poepen. Terwijl ik een geschikt plekje zoek, mompel ik een excuus naar hem. Hij begrijpt het. De volgende groep (met Ineke Scheffer) zit gelukkig zo ver achter me dat ik tijd genoeg heb om even ‘de druk van de ketel te halen’ zonder mezelf bloot te geven.

 

Hunnenbed langs en weer klinkers. Over het hele parcours heen kun je de omroeper zijn verhaal horen doen, maar hier is hij echt te verstaan. En dan het tweede rondje in. Over de weilanden heen meen ik Wim nog net te kunnen herkennen.

 

Ik passeer een dame die het wel heel erg moeilijk heeft. Ze gaat niet veel harder dan Annie daarnet. Dat ik haar hier (pas) inhaal betekent dat ze eerder veel harder moet hebben gelopen dan ze nu doet. Gelukkig geeft ze te kennen dat ze er nog vertrouwen in heeft. Mooi zo, meid, hou vol.

 

In de volgende bocht kijk ik even over mijn schouder om de rest van het deelnemersveld in me op te nemen. De groep met Ineke zit een meter of driehonderd achter me, ertussen en erachter een achttal ‘losse’ lopers.

 

Vijftien kilometer. De laatste tien kilometer liep ik mooi vlak en het kost me weinig moeite. En de verwachte regen blijft ook uit. Net als ik denk dat het niet mooier kan worden, krijg ik een aantal deelnemers van de halve in het zicht. Die moet ik te pakken zien te krijgen voordat we aan de slingerpaadjes in het (dichtere) bos beginnen.

 

Twintig kilometer, de tweede passage en ik kan gaan aftellen. Meestal heb ik het tussen de 25e en de 30e kilometer mentaal altijd een beetje zwaarder dan op het stuk erna. Het is ook een beetje dubbel. Je weet dat je net over de helft bent en hebt niets om je op te richten.

 

Vlak na de 25e wordt ik ingehaald door Ineke en twee van haar compagnons. De grotere groep waar zij deel van uitmaakten blijkt ook uiteengevallen te zijn.  “Hoi Jos, zegt ze, “Jij loopt vandaag ook lekker constant. We zitten al een hele tijdje vrij dicht achter je.” Wat is het toch een aardig mens. Ik kan dat beetje steun wel gebruiken op dit moment. Haar bijhouden zit er echter niet meer in.

 

Dat komt deels ook doordat ik bij de drinkpost verderop op mijn gemak een Squeezy en wat cola neem terwijl zij doordraven.

 

Het glibberpad is ondertussen zo droog geworden als Wim heeft voorspeld, dus ik kan mezelf wat ontspannen. Heerlijk, als alle marathons zo’n parcours hadden als hier op dit stuk, dan liep ik er elke week eentje, denk ik.

 

Drinkpost, colaatje en dertig kilometer. Qua tempo zit ik nog goed en ik kan gaan aftellen. Nog net voor het ingaan van de laatste ronde word ik ingehaald door een jongen in een rood T-shirt. Ik heb hem vandaag vaker gezien vlak achter me in de bochten gezien. Is hij nu versneld? Gezien mijn tussentijden moet dat wel het geval zijn. Waarom doet hij dat?

 

Even voorbij het hunnenbed wordt het duidelijk. Hij heeft daar een verzorger staan met een Squeezy. Terwijl hij pauzeert loop ik hem, op mijn beurt, weer voorbij. “Je ligt mooi op schema”, hoor ik de begeleider zeggen en vraag me af welk schema ze op het oog hebben.

 

In de bocht naar het hotel en het theater kijk ik achterom en zie dat er nog twee man op korte afstand achter me zitten. Een ervan is het rode T-shirt. Eens kijken of ik hem voor kan blijven tot de 35e Kilometer.

 

Dat lukt maar de tussentijd valt me een beetje tegen. Ik ben aan het inleveren ten opzichte van mijn eerder berekende eindtijd. Maar wat zeur ik. Vanmorgen verwachtte ik nog plensbuien en blubberpaden en dat is ons tot nu toe bespaard gebleven.

 

Rond de 38 kilometer (een vrijwilliger roept dat we er nog vijf moeten, maar ik weet beter) hoor ik ineens “maak je niet zo breed, dan kan ik beetje fatsoenlijk passeren”.

Het is Gijs Honing. Aardige vent, die best een grapje mag maken over mijn postuur, maar ik ben er niet blij mee dat hij me inhaalt. De laatste tijd finish ik meestal een eindje voor hem. Bovendien heeft hij zo’n snelheid dat ik niet eens meer kan aanhaken. Ga ik ineens zo langzaam? Of is dit tactiek van Gijs (“erop en erover?”)

 

Drinkpost, het schelpenpad langs de bosrand weer op. En dan breekt eindelijk de verwachte plensbui los. In een stuk van 200 meter ben ik tot op mijn onderbroek doorweekt. Gelukkig koel ik niet teveel af. Maar mijn bril beslaat en ik kan geen tak meer onderscheiden van een plas. Gelukkig duurt dit niet zo lang. Even voorbij de 40e kilometer houdt het op met hozen en spettert het alleen nog maar een beetje.

 

We hebben het ergste gehad denk ik, maar dat blijkt niet zo te zijn. Ter hoogte van het hunnenbed begint het weer te hozen. Ik zie dat de drankpost aan het begin van de grote ronde al wordt opgeruimd. Die is van katoen en houdt dus heel lang de vrijwilligers droog, maar wat is er gebeurd met mijn loopjack?

 

De man die de tent in de auto staat te laden weet het niet. Ik loop (de laatste 150 meter) door naar de finish. Geen goede eindtijd, maar dat hoeft ook niet elke keer.

 

Omroeper Jan heeft geen idee waar mijn jas is. Hij verwijst me door naar een tent waar een aantal zojuist gefinishte en doorweekte lopers opeen gepropt zitten. Ik schrik me de pietjes als ik zie dat het bliksemt. We zitten nogal dicht opeen en vrij onbeschut. Gelukkig blijkt het flitsapparaat van de huisfotograaf de oorzaak te zijn.

 

In de tent naar mijn jas gezocht. Er liggen verschillende jassen, maar de mijne zit er niet bij. Misschien dat hij in de blauwe doos zat die naar het Dinsgspielhuus ging. Ik begin er een hard hoofd in te krijgen. In gedachten heb ik mijn jas en de 15 euro erin, al afgeschreven.

 

Gevieren lopen we terug. Mijn jas is afgegeven bij de balie voor waardevolle spullen.

Even douchen en een biertje gedronken en dan weer naar huis. Even voor middernacht word ik vlak bij huis afgeleverd. Mooi dagje. Mooi parcours. Jammer van de tijd.

 

Maar over een uurtje of tien is de start van de trainingsloop voor de “One and only marathon in Roelofarendsveen’. En daar moet ik wel aan de start verschijnen omdat Peter en Toon medeorganisatoren zijn. Eens kijken hoe ik dan hersteld ben.

 

PS: Drenthe, 80 man aan de start, maar wel een internationaal gezelschap. Een handvol Belgen (waarvan er een stel – oorzaak: een incorrecte flyer -  al om elf uur gestart zijn) een Engelsman, twee Amerikanen en een Zuid-Afrikaan.